Dorpen op Drift

Uitleg over de Voorposten in Stoutenburg
Leusden in de Grebbelinie (1939-1945) is een boek van José Huurdeman over de oorlog in onze streek. Deze fietstocht brengt je langs een aantal markante locaties uit de oorlogstijd.
Lengte van de route:
22
km
Legenda: Parkeerplaatsen Hoogtepunt(en) Horeca horeca Route horeca Afkort- of aanloop

Dorpen op Drift

Deze fietsroute brengt je langs een aantal markante hotspots uit de oorlog. Achterveld, Stoutenburg en Leusden hebben een grote rol gespeeld in de oorlog. Leusdenaar José Huurdeman heeft hier een aantal boeken over geschreven waaronder het boek Dorpen op drift. Dit boek laat u meekijken over de schouders van tal van evacués, die noodgedwongen de georganiseerde evacuatie van 1939 en 1940 moesten ondergaan. Dit levert ontroerende verhalen op over het vertrek van burgers én vee uit hun vertrouwde omgeving. Maar ook over wat zij daarna in 1945 meemaakten, toen zij al dan niet op de vlucht zijn gegaan omdat het gebied weer in de frontlinie kwam te liggen.

De beschrijving bij de route zijn fragmenten uit het boek Dorpen op drift, Leusden in de Grebbelinie van José Huurdeman.  

Inleiding

De Grebbelinie is een waterlinie en is grotendeels aangelegd tussen 1745 en 1799. Een waterlinie is een verdedigingslinie die de verdediging baseert op inundatie: het onder water zetten van gebieden. Langs zo’n linie worden gebieden geïnundeerd met een waterdiepte van veertig tot zestig centimeter. Te ondiep voor normale vaartuigen, te diep voor oprukkende infanterie (militairen te voet) en onbegaanbaar voor zwaar beladen wagens. Bovendien is door het water niet te zien of er sloten en greppels aanwezig zijn of waar grachten zijn gegraven waar de kanonnen en wagens in zouden blijven steken. Zo ontstaat een barrière van water. In vredestijd werd de grond als landbouwgrond gebruikt, maar bij toenemende oorlogsdreiging kon dat niet meer en werden ‘de inundaties gesteld’, zoals het in vaktermen heet. De Grebbelinie is zo’n oude waterlinie, vernoemd naar het riviertje de Grebbe, ofwel de Grift, dat ooit bij Rhenen uitmondde in de Rijn. In 1926 werd de Grebbelinie bij Koninklijk Besluit opgeheven als duurzaam vestingwerk. Om voor een betere afwatering van de Gelderse Vallei te zorgen werd in 1934 begonnen met de aanleg van het Valleikanaal. Dit was de aanleiding dat de Grebbelinie bij de Nederlandse legerleiding weer in beeld kwam toen de oorlogsdreiging toenam. Door de aanleg van het Valleikanaal werd immers ook de Grebbelinie versterkt: dijken werden opgehoogd en het Valleikanaal zelf was meteen een stevige barrière voor vijandelijke tanks. Door de sluizen in het kanaal was het inunderen van de gebieden nu doeltreffender uit te voeren. Generaal Izaak Reijnders, de opperbevelhebber van het Nederlandse leger, stelde de verwaarloosde, maar door de aanleg van het Valleikanaal versterkte, Grebbelinie in 1939 weer in werking als voorverdediging voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie, nu onder de naam Valleistelling. In de volksmond bleef de linie Grebbelinie heten. In februari 1940 trad een nieuwe bevelhebber aan: generaal Henri Winkelman. Hij besloot de Grebbelinie, officieel nu dus Valleistelling geheten, zelfs als hóófdverdediging te gebruiken. Alle beschikbare middelen werden nu ingezet op de Grebbelinie. De Nieuwe Hollandse Waterlinie werd verder niet meer in gereedheid gebracht; daar was geen budget voor.

Start van de fietstocht

Je fietst vanaf de parkeerplaats linksaf het Mosselplad op. Aan het einde sla je rechtsaf en na de brug over het Valleikanaal sla je weer rechtsaf richting het fietspad langs het Valleikanaal. 

Ten behoeve van de aanleg van bedrijventerrein De Horst was in 1992 al een deel van de oude liniedijk – met kazemat en al – afgegraven. En in 1998 werd voor de aanleg van de wijk ’t Vliet weer een deel verwijderd. In bedrijventerrein De Horst ligt de oude dijk er nog wel: vanaf Hotel Leusden (Van der Valk), langs het Mosselpad tot aan de Driftakkerweg net voor de gemeentegrens met Amersfoort.  De dijk langs het Mosselpad is tijdens de mobilisatie niet opgehoogd en heeft nog dezelfde authentieke hoogte als ten tijde van de aanleg eeuwen geleden. 

De 60 kilometer lange Grebbelinie liep dwars door Leusden. Bij de aanleg van de Grebbeliniedijk in de achttiende eeuw werden komkeringen aangelegd om het water van de inundaties tegen te houden. Er waren in 1940 in totaal elf kommen, elk met een keerkade. De Zesde Kom, ofwel de Voetpadkom, lag op Stoutenburgs (de Schammerpolder), Hoevelakens (rondom Koedijkerweg) en Amersfoorts ( de wijk Schuilenburg) grondgebied. Het inundatiegebied van de Zesde Kom lag in 1939/1940 zowel langs het Valleikanaal als langs de Barneveldse Beek (in vroeger tijden Vlier- of Flierbeek genaamd). De hoger gelegen Hooge Weg (nu Hogeweg) van Amersfoort naar Hoevelaken diende vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw als keerkade. Begin november 1939 werd de inundatie hier voorlopig gesteld op 2,00 meter boven nap en moesten achttien gezinnen uit deze kom evacueren. In januari 1940 echter werd besloten het peil tot 2,50 meter boven nap te laten stijgen waardoor die maand nog eens honderdvijftig personen moesten vertrekken.

Bron: Dorpen op drift, Leusden in de Grebbelinie 1939-1945

Lees meer

In de ochtend van vrijdag 11 mei 1940 om 8.00 uur moesten de Stoutenburgers zich verzamelen bij Jan van den Hengel, ‘Jan de Bakker' genoemd, op de driesprong in Stoutenburg. Vanaf de driesprong liepen de vluchtelingen langs Den Eng richting Amersfoort. Bertus Huurdeman (1927) en zijn familie van boerderij Den Eng liepen dus weer langs hun eigen huis, en ook langs de nog nasmeulende verbrande boerderij van oom Anton Huurdeman en tante Alie Huurdeman-Stalenhoef. Een intriest gezicht. Overal zagen ze rokende puinhopen van uitgebrande boerderijen. Verder ging het langs de verbrande boerderij De Horst, daarna tussen de smeulende resten van boerderij 't Vliet door.

Bron: Dorpen op drift, Leusden in de Grebbelinie 1939-1945

Lees meer

Op zaterdagochtend 11 mei 1940 waren alle burgers uit de gemeenten Stoutenburg en Leusden geëvacueerd. Lege dorpen bleven achter. De Horstbrug ( in huidige Horsterweg) over het Valleikanaal werd in de loop van de ochtend opgeblazen, nadat de Stoutenburgse evacués deze gepasseerd waren.

Omdat de Horstbrug over het Valleikanaal op 11 mei was opgeblazen door de Nederlandse militairen werd daar al snel een pontje gemaakt. Door aan het touw te trekken voer je naar de overkant. Met een paar jongens werd het pontje operationeel gehouden.

Bron: Dorpen op drift, Leusden in de Grebbelinie 1939-1945

Lees meer

Evacuatie en vernieling boerderij

Al meteen na het melken in de ochtend op 10 mei 1940 kwam op De Johanneshoeve de aanzegging dat zoon Jan van den Berg (1921) moest vertrekken met de koeien. Van vrijwel elke boerderij kwamen er ook één, soms twee koedrijvers mee, dat kon een zoon zijn of een knecht. De koeien van de omliggende boerderijen werden gezamenlijk richting de Hessenweg gedreven en van alle boerderijen waar ze langs kwamen sloten koppels koeien aan. Het groeide uit tot een enorme kudde van ongeveer duizend dieren. Het was de bedoeling dat de koeien naar Kruishaar, ten noordoosten van Nijkerk, zouden lopen, vanwaar ze naar de haven gebracht zouden worden om uiteindelijk naar veiliger oorden te worden verscheept.De familie Van den Berg werd die ochtend uit elkaar gerukt. Moeder Mie was nog maar een paar dagen geleden ontslagen uit het ziekenhuis waar zij een operatie had ondergaan. Zij werd daarom met een ziekenwagen opgehaald. Dit was allemaal al geregeld want op last van de overheid hielden huisartsen dagelijks lijsten bij met namen van patiënten die – ingeval van evacuatie – met een luxe auto dan wel met een ziekenwagen naar de opstapplaatsen vervoerd moesten worden. De ziekenwagen was er ongeveer op het moment waarop Jan met de koeien weg moest. Ze hebben elkaar geen gedag meer kunnen zeggen, alles ging heel erg snel. Jan moest direct in actie komen; de koeien moesten de straat op en hij moest meteen mee. De militairen waren er ook al. Voor 10.00 uur moest het huis verlaten zijn en de waardevolle spullen eruit. Daarna zou de boerderij in brand gestoken worden. Alle boerderijen in een breedte tot vijfhonderd à duizend meter vanaf de liniedijk, werden die dag afgebrand, nodig voor verruiming van het schootsveld.Nadat moeder Mie en zoon Jan waren vertrokken, bleef vader Kees achter en zag toe hoe zijn mooie boerderij compleet met de rest van de inboedel door de Nederlandse militairen in brand gestoken werd. Hij is er tot op het laatst bij gebleven. Ook de stallen werden verbrand. De boerderijen van de buren gingen ook allemaal in vlammen op: langs de Horsterweg waren dat boerderij ’t Vliet van Hein Tolboom, De Horst van Hein Huurdeman en Midden Horst van Willem Blom. Zo ook boerderij Beekenkamp van Anton Huurdeman aan de Engweg en ’t Scham van Henk van Woudenberg. De bewoners hadden niets anders meer dan wat handbagage en een paar dekens waarmee ze de volgende dag naar hun vluchtplaats in Noord-Holland zouden worden gebracht. Alles wat was opgebouwd was verloren.

Noodwoning

Voor noodwoningen en -stallen werden houten barakken gebruikt, in dit geval afkomstig van Kamp Waterloo op de Leusderheide. Tijdens de mobilisatie waren hierin militairen ondergebracht. De noodstallen waren nog voor de winter van 1940 klaar. Deze bleken van een zodanig goede kwaliteit te zijn dat één van deze noodstallen bij de Johanneshoeve nog overeind staat. Ook de noodwóning was een prima onderkomen, die met een houtkachel heel goed warm te stoken was. Hoewel het buiten hard vroor – het werd een strenge winter, het vroor soms wel 20 graden – werd het binnen soms zo heet dat ze de deur open moesten zetten. Terwijl ze buiten de sneeuwvlokken naar beneden zagen dwarrelen, zat Jan met een paar vrienden te kaarten naast de snorrende kachel.

Wederopbouwboerderijen

Twee jaar later, in 1942, was de Johanneshoeve herbouwd. De bouw van de nieuwe boerderijen was in handen van een organisatie: Bureau Wederopbouw Boerderijen. Deze boerderijen zijn tijdens en na de bezetting allemaal gebouwd in de stijl van de Delftse School en zijn aan hun bouwstijl gemakkelijk te herkennen. Karakteristiek zijn de tuitgevels met schouderstukken, de hooidakkapellen in de zijdaken en de stalramen met dorpelventilatie. Ook hield men rekening met de vooroorlogse vormgeving. Zo heeft de architect het voorhuis van hun nieuwe boerderij weer haaks op de deel geplaatst, omdat dit vóór de oorlog ook zo was. Net als alle wederopbouwboerderijen kreeg de nieuwe boerderij de zo typerende gevelsteen met de uit de vlammen herrijzende leeuw met het jaartal van de verwoesting.

Bron: Dorpen op drift, Leusden in de Grebbelinie 1939-1945

Lees meer

Op de kruising met de Horsterweg sla je linksaf richting Stoutenburg. Op de ‘driespong’ met verkeerslichten steek je de Hessenweg over en ga je rechtsaf richting Achterveld – Barneveld. Na ongeveer één kilometer sla je bij het oude Tolhuisje aan de Stoutenburgerlaan linksaf richting Hoevelaken.

Let op : de route zal na 1,5 km overgaan in een verhard zandpad. Wil je dit vermijden dan kan je het fietspad langs de Hessenweg vervolgen en via de Emelaarseweg de route richting Achterveld vervolgen.

 

Voorposten Stoutenburg bestond uit loopgraven met een lage aarden wal en lagen in een weiland waar al in 1938 een deel van het Stoutenburgse bos gerooid was.

Loopgraven

De voorposten dienden om de eerste klappen op te vangen en werden gesitueerd op plaatsen waar de inundaties smal waren, op de keerkades en/of bij toegangswegen. Kapitein J. van der Heijden had het commando over zo’n honderdvijftig manschappen. Voorposten Stoutenburg bestond uit loopgraven met een lage aarden wal en lagen in een weiland waar al in 1938 een deel van het Stoutenburgse bos gerooid was. Het terrein met de loopgraven lag tussen de Hessenweg ter hoogte van boerderij ’t Kwade Gat en kasteel Stoutenburg, precies tussen de Stoutenburgerlaan en de Emelaarseweg, en bewaakte en verdedigde de toegangsweg naar Amersfoort vanuit het oosten: de Hessenweg (toen Barneveldseweg genaamd).

Kanonnen

De vier ‘stukken geschut' in de gevechtsopstellingen achter de voorposten konden de boerderijen waar de vijand zich bevond niet raken. Daarom zijn er twee kanonnen uit de stelling gehaald en in het vrije veld gezet. De ene werd naast de loopgraaf in het open veld aan de rand van het bos opgesteld, de andere net vóór de loopgraafstelling, langs de huidige Hessenweg, eveneens open en bloot in het veld. Zo konden de boerderijen waarin de Duitsers zich hadden verschanst met brisantgranaten worden bestookt. Er werd geschoten op alles wat verdacht was. De Duitse granaatwerper werd uitgeschakeld en de soldaten in de mitrailleuropstellingen zijn gedood of gevlucht. Het uit de stelling halen van de stukken geschut was zeer gevaarlijk want de Nederlandse militairen werden flink beschoten door mortier- en mitrailleurvuur. Niemand werd geraakt, ‘Het waren slechte schutters', zo schreef korporaal A. Drenth, een van de militairen die bij deze actie betrokken was (bij het stuk bij de Hessenweg) jaren later in zijn verslag. Wachtmeester Tj. de Jong, betrokken bij het stuk dat aan de bosrand stond opgesteld, beschreef in hetzelfde rapport, hoe zij onder mortiervuur lagen in het open veld, totdat zij het vijandelijk stuk tot zwijgen hadden gebracht.
Hoewel de Duitsers in eerste instantie de opdracht hadden om snel via de Grebbelinie naar Amersfoort door te breken is op het laatste moment besloten om de doorbraak via Scherpenzeel te bewerkstellingen: generaal Zickwolff concludeerde dat de verdediging vóór Amersfoort (in Achterveld en bij Voorposten Stoutenburg en Asschat) te sterk was. Later zou blijken dat de vijand zich met één bataljon in Achterveld had opgehouden. De Duitse commandopost bevond zich op boerderij Klein Vinselaar. Twee maal twee compagnieën lagen op ongeveer driehonderd meter tegenover beide voorposten zodat deze allebei ruim zevenhonderd man tegenover zich hebben gehad. De beschietingen door de kanonnen van Voorposten Stoutenburg bleken zeer zuiver gericht geweest te zijn en hebben aan Duitse zijde de grootste verliezen toegebracht. In totaal zijn er in het terrein voor Voorposten Stoutenburg en Asschat tweehonderd Duitsers gesneuveld. Eén van de eerste die sneuvelde bij de Voorposten Stoutenburg was een Hauptmann (kapitein). De vijand was in de veronderstelling dat de voorposten een enorme bezetting hadden, alleen Stoutenburg al, werd ingeschat op duizend man.

Bron: Dorpen op drift, Leusden in de Grebbelinie 1939-1945

Lees meer

Je fietst nu richting Hoevelaken. Aan de rechterkant kom je langs Koetshuis Stoutenburg, een mooie plek voor de start van andere routes.  Nadat je de Barneveldsebeek bent overgestoken is er na 800 meter (na de bocht) een verhard zandpad richting boerderij de Niep. Dit pad fiets je helemaal af totdat je weer tegen de Barneveldsebeek aan fietst, hier ga je linksaf. Na 300 meter steek je de beek echt over en na 200 meter sla je linksaf de Emelaarseweg op.  Aan het eind van de Emelearseweg ga je linksaf de Jan van Arkelweg op. Je fietst nu Achterveld binnen.

St. Jozefkerk van Achterveld

Evacuatie naar Ermelo

Op 10 mei 1940 klonk om vier uur in de vroegte hoorngeschal, de oproep voor alle in Achterveld gelegerde militairen om naar hun stellingen te gaan. De hele familie Boersen hielp mee om de kapitein en de luitenant de deur uit te helpen. Beide ransels moesten gevuld worden, het noodzakelijkste meegenomen. Nog voor 5.00 uur vertrok een groepje ‘van hun militairen’ inclusief kapitein van Zalingen naar Voorposten Asschat. Ongeveer een uur later vertrokken ook de laatste militairen uit de timmermanswerkplaats naar Asschat. Daar gingen ze dan, al die soldaten met wie de familie toch een band gekregen had: hoe zou het hun vergaan? Maar de familie had het al druk met de eigen beslommeringen, ze moesten evacueren! Meester Stipdonk van de Sint Josephschool was een huisvriend van de familie, hij kwam wel eens kaarten en vader Aris en hij waren de afgelopen strenge winter samen wezen schaatsen. Hij was in café Buitenlust in de kost, dat lag naast het pand van de familie Boersen. Een buurman dus. Bep, To en Corrie hebben bij hem in de klas gezeten. Meester Stipdonk stond altijd voor hen klaar, zeker nadat moeder was overleden. Stipdonk was groepsleider wat inhield dat hij de evacuatie van de buurt regelde. Hij was bij de familie Boersen en bij alle gezinnen in de buurt komen zeggen dat iedereen uit het Barneveldse deel van Achterveld met de fiets om 13.00 uur klaar moest staan voor vertrek. 
Het Stoutenburgse deel van Achterveld zou pas de volgende dag (naar De Rijp en omgeving) vertrekken. Met slechts een bundeltje kleren achterop, wat toiletspullen en een boterham voor dezelfde avond kwamen ze naar het verzamelpunt vlakbij hun huis, bij café Buitenlust, toen Corries band klapte. Wat nu gedaan? De fiets werd in het café gezet. Even verderop stond een ezelkar van de familie Kohlmann die aan de Schoonderbeekerweg woonde. Zij waren die ochtend al vroeg met hun wagens van huis vertrokken naar het centrum van Achterveld omdat de brug over de Modderbeek bij Jan Boersen zou worden opgeblazen. Corrie kon mee met de ezelkar waar verder twee dienstmeisjes op zaten die de ezel menden. Nu besloot vader Aris dat ook hij met een wagen ging. Hij vond zijn jongste dochter nog te jong om alleen te reizen. Zijn andere dochters liet hij over aan de zorgen van meester Stipdonk.

Terugkeer

Donderdag na de capitulatie zijn vader Aris, zijn buurmannen en meester Stipdonk op de fiets uit Ermelo naar Achterveld teruggereden om de situatie in ogenschouw te nemen. Van het huis van kruidenier Jan van Hamersveld, hun buren, was niet veel over, maar hun eigen huis was nog wel bewoonbaar. Er was wel veel kapot, dakpannen eraf, alle glas was uit de raamsponningen, een grote balk in de timmermanswerkplaats was naar beneden gekomen, maar ze zouden er na wat reparaties wel weer in kunnen. Zij zagen iemand er met een kistje sigaren onder zijn arm vandoor gaan, nog gauw geplunderd uit de puinhopen van de kruidenierswinkel van Van Hamersveld. Behalve de schade aan hun woningen zagen zij de grote gaten in de kerk, het Sint Josephgesticht deels in puin, evenals veel andere beschadigde huizen.

Huzaren

Op 12 mei 1940 kwam het vierde eskadron van het eerste regiment huzaren, die gedurende de mobilisatie in Barneveld gelegerd was, per fiets vanuit richting Terschuur via wat nu heet de Stoutenburgerweg naar Achterveld. Zij hadden als taak verkenningstochten te maken om waar te nemen waar de vijand zich bevond. De huzaren waren onderverdeeld in eskadrons te paard, motor en fiets. Ook bezaten zij een aantal pantserwagens, maar het merendeel was de dag ervoor naar Den Haag gezonden. Het vierde eskadron met ritmeester De Vries bestond uit een wielrijderseskadron van honderdtwintig militairen, vier pelotons van dertig man. Inmiddels was op 12 mei een vijandelijk wielrijderspeloton van de Snelle Groep Midden, inclusief het eerste bataljon van de Duitse hoofdmacht, in Achterveld gearriveerd. Zij moesten een doorgang in de Grebbelinie vinden naar Amersfoort. De opdracht was om snel Amersfoort aan te vallen. De huzaren fietsten via Terschuur naar Achterveld en kwamen in de loop van de ochtend aan bij de Barneveldse Beek. Omdat ook daar de brug was opgeblazen moesten de vier pelotons huzaren door het water naar de overkant zien te komen. Iets verder stuitten zij al op Duitsers, maar hier konden zij die nog terugdringen. Er werden zelfs enkele Duitsers – voor korte tijd – krijgsgevangen gemaakt. Eenmaal in Achterveld aangekomen bleken de huzaren middenin een grote vijandelijke troepenmacht te zijn terechtgekomen en kwamen ze vanuit alle kanten onder vuur te liggen. Er is hevig en fel gevochten, soms man tegen man. Daarbij zijn in Achterveld twaalf Nederlandse militairen omgekomen. Een van de gewonden overleed een jaar later op 15 mei 1941 alsnog aan zijn verwondingen, wat het aantal dodelijke slachtoffers op dertien bracht. Nadat bleek dat vechten niet langer mogelijk was, is het enkele huzaren gelukt om zich terug te trekken richting Hoevelaken en Terschuur om uiteindelijk in kasteel de Haar in Haarzuilens aan te komen. Anderen hebben zich verstopt in leegstaande huizen en boerderijen. Ongeveer zestig huzaren, waaronder verschillende gewonden, hebben zich overgegeven en zijn krijgsgevangen gemaakt.

Artillerie

Gedurende de nacht van zondag 12 op maandag 13 mei is door de artillerie vanuit Amersfoort en Hamersveld – met onregelmatige tussenpozen – gevuurd op Achterveld, Barneveld, Terschuur, Voorthuizen en Nijkerk. ‘Storend en verontrustend vuur’ werd dit genoemd. De granaten vlogen over de hoofden van de mannen in de liniedijk en de voorposten. In Achterveld was veel schade aan woningen en aan de kerk. Aan Duitse zijde zijn die nacht veel slachtoffers gevallen. De tientallen, mogelijk meer dan honderd Duitse doden werden met vrachtwagens naar Duitsland afgevoerd. In Achterveld lagen de Duitse gewonden in de kelders van het Sint Josephgesticht en van de melkfabriek, tot zij werden overgebracht naar ziekenhuizen in Duitsland. In het Schaffelaarse Bos in Barneveld waren honderden Duitse soldaten gelegerd. Die positie is door huzaren doorgegeven en ook dit bos werd flink beschoten, met vele doden en gewonden tot gevolg. Hotel-café-restaurant De Bonte Koe in Barneveld was eveneens een belangrijk doelwit van de artillerie omdat daar hoge Duitse legerfunctionarissen zouden zijn. De artillerievuren vanuit Amersfoort en Hamersveld hebben ertoe bijgedragen dat de grote aanval door de hoofdmacht van 227e divisie vertraging heeft opgelopen. Het plan van de Duitsers was maandag 13 mei in de vroege ochtend tot een aanval op Scherpenzeel over te gaan, maar nu heeft de troepenmacht de ochtend nodig gehad om zich te hergroeperen om vervolgens pas in de middag de aanval te kunnen openen.

Bron: Dorpen op drift, Leusden in de Grebbelinie 1939-1945


Lees meer

Vlak voor de kruising met de Hessenweg kom je langs de Moespot. Deze speelde een grote rol in de Voedselconferentie 1945. Op de kruising bij de Roskam ga je linksaf richting Barneveld. Na 800 meter sla je bij cafetaria de Berken rechtsaf de Schoonderbeekerweg op richting De Glind. 

Co van Soesbergen (1923) was in de winter van 1939 al ingedeeld als koedrijver. Met hem waren nog vier of vijf andere jongens die deze taak hadden gekregen. Co was met zijn zestien jaren de jongste. Hij woonde op boerderij Bitterschoten aan de Helweg. In de winter hielden de koedrijvers bijeenkomsten om de zaak door te spreken en de evacuatie van het melkvee van De Glind goed voor te bereiden. Zo zijn ze in februari alle betreffende boeren langsgegaan om de veestapels te merken: de koeien kregen allemaal een klodder verf op hun flank. Elke boerderij kreeg een eigen kleur, met de bedoeling dat de boeren later hun eigen vee weer terug zouden krijgen. Op de ochtend van 10 mei 1940 werd Co wakker en hoorde het gegons van vliegtuigen. ‘Oorlog, oorlog', riep zijn vader. Co en zijn vader zijn evengoed de koeien gaan melken die in een weiland iets verderop aan de overkant van de Helweg liepen. Meteen na het melken kreeg Co bericht van de bureauhouder van de fokvereniging, Wim Hoogendam, hoofdleider voor de veeafvoer van De Glind, dat hij zich klaar moest maken om de koeien weg te brengen. Om 10.00 uur liepen de koeien op de onverharde Postweg richting Barneveld. Alleen de melkkoeien gingen mee, de rest van het vee bleef achter op de boerderijen en moest het daar maar zien te redden want ook hier moesten alle bewoners weg. Enkele koedrijvers fietsten vooruit om de boeren te waarschuwen hun uitrit – met mankracht – af te sluiten en hun koeien aan te leveren: een aanzwellende en steeds groter wordende kudde. Tegen alle mensen die ze onderweg tegenkwamen werd geroepen te helpen de koeien waar nodig tegen te houden, en ze de goede kant op te leiden. De koedrijvers waren te herkennen aan de witte band die ze om hun linkerbovenarm droegen. De koeien renden in het begin wel eens, maar hielden dat nooit zo lang vol, en dan liep de hele kudde weer in een rustig tempo voort. Soms gebeurde het dat een koe zich bedacht, omkeerde en hard terugrende, meteen ging dan een stel koeien mee. Dat hielden ze langer vol. Het was dan nog het moeilijkst om ze weer in de goede richting te krijgen. Bij deze escapades zijn ook heel wat voortuinen vertrapt.

Tegen vijf uur in de middag bereikten zij de voorlopige eindbestemming. Een weiland achter het Schaffelaarse Bos van ongeveer vier hectare waar alle koeien in werden gejaagd: dit veld heeft nu de naam Koeweide. Daar werden de koeien ook gemolken; de koedrijvers lieten de melk maar in het land lopen. Niet dat de koeien veel melk gaven; ze waren helemaal over hun toeren en hadden de hele dag gelopen en geen eten gehad. In de wei waar ze nu liepen was ook niet veel te eten, het was al kaalgevreten toen ze er aankwamen en met honderden koeien op zo'n stukje gras valt er weinig te grazen. Water was er wel, het land was omzoomd met grachten, zodat ze in elk geval wel konden drinken. De bewoners van Barneveld waren geëvacueerd naar Ermelo. Ook de koeien uit deze streek waren geëvacueerd. Naar Kootwijkerbroek. Maar dat wisten deze jongens niet. Dit hele gebied lag binnen bereik van het artillerievuur van het Nederlandse leger. En het is dan ook wel vreemd dat deze weilanden – zij het voorlopig – als vluchtoord voor het melkvee van De Glind waren aangewezen. Na het melken gingen Co en de jongens de kroeg in: café Versendaal. De eerste nacht brachten ze grotendeels door in het café en ze sliepen daarna in de omtrek, zomaar ergens buiten.

Bron: Dorpen op drift, Leusden in de Grebbelinie 1939-1945

Lees meer

Aangekomen in ‘jeugddorp’ De Glind sla je rechtsaf richting Leusden / Achterveld, dit is de Postweg. Deze weg slingert door een bosgebied richting TOP Groot Zandbrink. Op de T-splitsing met de Asschatterweg ga je rechtsaf richting Achterveld. Na ongeveer 700 meter steek je voor de bocht links de weg over, hier gaat een boerenpad tussen de weilanden door terug richting Leusden. Dit pad eindigt tegenover de Zandbrinkermolen. Je steekt hier weer de Asschaterweg over en gaat rechtsaf. Je fiets nu door een gebied waar zwaar is gevochten in de oorlog. Aan de rechterkant zie je een gedeelte van de Asschaterkeerkade. Je kunt hier een wandeling maken naar het oorlogsmonument. 

De koeien van de drie boerderijen van de Kruijvesteeg, alsmede die van Groot, Klein en Nieuw Zandbrink, maar ook van de boerderijen uit Asschat, Snorrenhoef, Duurkoop, De Mheent, kortom het hele gebied tussen het Valleikaal en Achterveld, moesten die dag, 10 mei 1940, verzameld worden bij boerderij Groot Zandbrink. Laat in de middag, om 18.00 uur, vertrokken ze. De drijvers waren te voet of zaten te paard. De meeste ruiters voerden nog een paard mee aan de hand om zoveel mogelijk paarden in veiligheid te brengen. Want behalve koeien zouden ook paarden verscheept mogen worden naar veiliger oorden. Het vee zou via Scherpenzeel naar Wijk bij Duurstede gebracht en daarna verscheept worden. Jan de Kruijf zat op een paard en had inderdaad een extra paard mee, maar zijn broer Erris (1923) moest lopen, want hij was nog te jong om gezeten op een paard koeien te drijven.

De hele stoet ging de Moorsterweg in, toen nog een rul zandpad met aan weerszijden bossen. Vanaf het begin ging het mis. De koeien liepen meteen het bos in. Erris heeft zich ‘te barsten gelopen' om die koeien er weer bij te halen, maar na verloop van tijd lukte dat niet meer en hebben ze de koeien moeten laten gaan. Hij herinnert zich deze avond als ‘de zwaarste avond van zijn leven'. Als zestienjarige heeft hij wat afgerend om de koeien bij de kudde te houden. Op de uitritten van boerderijen en bij zijwegen was het makkelijk, daar kon iemand gaan staan, waardoor de koeien dan wel op het juiste pad bleven lopen, maar onderweg waren er bossen waar ze makkelijk konden ontsnappen en dat deden ze continu. Ze waren niet te houden. Veel koedrijvers hielden het daarom voor gezien, ze waren doodop van het rennen en gaven het op. Dat ze de kudde niet bij elkaar konden houden werkte natuurlijk ook demotiverend. Ongeveer de helft van de drijvers die te voet mee waren – dat moeten er een stuk of acht tot twaalf zijn geweest – zijn onderweg gestopt en teruggegaan. Erris ging door. Eenmaal bij Scherpenzeel aangekomen waren er van de ongeveer drie- of vierhonderd koeien waarmee ze waren vertrokken, nog maar negen over.

Bron: Dorpen op drift, Leusden in de Grebbelinie 1939-1945

Lees meer

Inundatie

In de derde week van september 1939 werd overgegaan tot inundatie van het Grebbeliniegebied. Begonnen werd met de Vijfde Kom, de Asschatterkom. Het was de eerste kom die onder water gezet werd en deze actie gold als ‘proefinundatie'. De kom lag voor het grootste deel in Leusden en deels in Woudenberg. Op 18 september 1939 werd de sluis in het Valleikanaal in Asschat dichtgezet en het land liep langzaam onder water tot 3,50 meter boven nap. Normaal was de waterstand van het Valleikanaal 1,60 meter boven nap. De bewoners waren geëvacueerd. Hun woningen zouden, afhankelijk van de hoogteligging, soms tot meer dan een halve meter in het water komen te staan. In de inundatiegebieden zijn op diverse plaatsen in de voorterreinen van de frontlijn en de voorposten, tankgrachten gegraven. Zo ook dwars door het terrein van het voormalige Asschatterbos. Het Valleikanaal fungeerde ook als tankgracht. Door de inundaties waren de gegraven tankgrachten onzichtbaar. Maar liefst vijfenzestig gezinnen moesten huis en haard verlaten, waarvan 53 gezinnen uit de gemeente Leusden en twaalf uit de gemeente Woudenberg. In totaal ging het om driehonderd mannen, vrouwen en kinderen. Uit deze eerste evacuatie werd goede lering getrokken: zo werd besloten bij toekomstige evacuaties tevoren geen oogsten meer van het land te halen omdat dit veel teveel tijd kostte en te weinig opleverde. Bij de eerste evacuatie werd het vee nog per boerderij afgevoerd. Bij een grootscheepse evacuatie zou dit anders moeten, grootschaliger. De koeien van alle boerderijen zouden samengevoegd in grote kuddes moeten worden afgevoerd. In de weken na 18 september werd het gehele gebied ten oosten van de Grebbelinie in fases geïnundeerd, nadat de betreffende bewoners waren geëvacueerd. Van alle gemeenten was het aantal inwoners dat geëvacueerd moest worden nergens zo hoog als in Leusden.

Evacuatie september 1939

Op zaterdagmiddag 9 september 1939 kwam de burgemeester samen met de veldwachter huis aan huis aanzeggen dat de bewoners uiterlijk dinsdag 12 september uit hun huizen moesten zijn. Dit vanwege het feit dat het gebied geïnundeerd, onder water gezet, zou worden. Dat was nodig in verband met de toenemende oorlogsdreiging. Men had dus twee werkdagen de tijd om huisraad in te pakken. De boeren moesten al hun vee evacueren en de oogst die nog op het land stond werd met de hulp van militairen van het land gehaald. Ook de hooibergen werden leeggehaald. De vader van Jan Blom (1934) was bierbrouwer bij Phoenix in Amersfoort. Hij had geen koeien. Wel had hij een paar varkens en veertig of vijftig kippen. De familie Blom kreeg te horen dat ze ondergebracht zou worden in een woning aan de rand van de Leusderheide. Daar stonden huizen leeg en daarom kregen degenen die zelf geen nieuw onderkomen hadden kunnen vinden daar een woning toegewezen. De varkens en kippen zijn niet meegegaan, weet Jan. Waarschijnlijk zijn deze aan de overheid verkocht. 

Bron: Dorpen op drift, Leusden in de Grebbelinie 1939-1945

Lees meer

Voorposten Asschat verdedigde de andere toegangsweg vanuit het oosten: de Asschatterweg. De stellingen van Voorposten Asschat bevonden zich in de Asschatterkeerkade en in het voorwerk de Schans. In tegenstelling tot die van Stoutenburg waren deze voorposten wat beter geoutilleerd. In Asschat waren betonnen kazematten, een gietstalen koepelkazemat, lignissen, een hulpverbandplaats, verbindingsloopgraven, schuilnissen, groepsschuilplaatsen, hulpposten, latrines, een gasschuilplaats, nissen waarin levensmiddelen werden bewaard, munitiedepots, een commandopost, een betonnen tankversperring, een uitkijkpost en een telefoonverbinding met de commandoposten, gelijk aan Voorposten Stoutenburg.

Op 10 mei 1940 werden er ook loopgraafkacheltjes, kleine potkacheltjes om op te koken, geplaatst. In de dijk, ook in de schansen, bevond zich een aantal betonnen kazematten, en ongeveer in het midden van de twee kilometer lange dijk lag de grootste kazemat: een ‘Zevenklapper' (genoemd naar de zeven schietgaten). De stellingen waren half april 1940 gereed. Net voorbij de Schans werd de Asschatterweg op 10 mei 1940 geblokkeerd met de zogenaamde asperges: ijzeren palen die schuin, met de punten richting het oosten, in vooraf gestorte betonnen gaten pasten. Eenmaal geplaatst konden deze niet meer verwijderd worden.

13 mei 1940

In de ochtend van 13 mei 1940 heeft vooral de betonnen kazemat in de noordelijke Schans sterk onder vijandelijk vuur gelegen. Een patrouille van drie man had Duitse soldaten gezien en er lagen ook ongeveer dertig fietsen onbeheerd waarvan ze de banden hebben laten leeglopen. De munitieaanvoer gaf problemen vanwege vijandelijke beschietingen, maar door bootjes over het Valleikanaal aan touwen naar de overkant te trekken is de lading uiteindelijk toch aangekomen bij Voorposten Asschat en is de munitie daarna onder gevaarlijke omstandigheden door enkele soldaten verder versleept.

Om de Zandbrinkermolen, die als uitkijkpost fungeerde, uit de weg te ruimen bleek het granaatvuur afkomstig van de artillerie niet afdoende. Al vroeg in de ochtend was er gevuurd op de molen, zonder het gewenste resultaat. In de loop van de ochtend werd kapitein Van Zalingen van Voorposten Asschat meegedeeld dat om 11.00 uur granaatvuur op de molen afgevuurd zou worden (in twee series) met de bedoeling de vijand te verdrijven. Meteen daarna zijn vijf man vanuit de voorposten naar de molen geslopen en twee van hen, H. van Elst en F.J. Duursma, zijn door een loopdeur, een kleine deur in de grote deur, naar binnen gegaan. Over de op de grond liggende stapel lege juten meelzakken werd petroleum gegoten en vervolgens werd deze in brand gestoken. Zij verlieten de molen zo snel ze konden en lieten de loopdeur open zodat het vuur goed zou trekken. Deze actie had succes: op 13 mei om 12.00 uur brandde de molen. Met hun trofeeën, uitrustingsstukken van de vijand, keerden zij terug.

Ook boerderij Midden Hagenouw van Dorus van Eijden brandde op datzelfde tijdstip. De vijand zou zich anders gemakkelijk kunnen verschansen bij de nog overeind staande boerderij. Als het land onder water had gestaan zou dit de toegang naar de boerderijen, aan de noord- maar vooral aan de zuidkant van de keerkade, voor de vijand ernstig hebben bemoeilijkt. Nu het land ‘droog' stond was het te gevaarlijk om deze boerderijen te laten staan. Het leven van tweehonderd man in de geïsoleerde Voorposten Asschat stond op het spel. Dit was de reden dat die middag ook de laatste boerderijen in brand zijn gestoken: Klein Wijnbergen van Van 't Klooster, Klein Brinkenstein van Overvest en Groot Steenbeek van Lagerweij. Ook Groot Hagenouw van Herder moest het ontgelden.
De dieren die nog in en om de boerderijen verbleven, zoals kalveren, jongvee en varkens, waren al een paar dagen niet verzorgd en schreeuwden van de honger. Zij werden uit hun stallen verjaagd maar keerden weer terug waardoor de meeste dieren in de vlammen zijn omgekomen.
Op 10 mei waren al veel andere boerderijen en woningen in brand gestoken zoals Nieuw Hagenouw en Klein Hagenouw, Groot Wijnbergen, Groot Brinkenstein, Laapeers, De Punt, Het Belhuis en alle woningen aan wat nu de Kanaalweg is.
De voorposten hadden een duidelijke opdracht: standhouden of vechten tot de laatste man. Standhouden of sneuvelen dus. Want in feite waren de manschappen ten dode opgeschreven wanneer het tot een groot gevecht zou komen. Ze bereidden zich voor op een felle tegenstand voor de daarop volgende dagen. Een schriftelijk bericht afkomstig van de commandopost op Huize Heiligenberg dat de voorposten moesten ‘standhouden wat er ook gebeurt' was zelfs op 13 mei 's middags nog bij de voorposten aangekomen. Kapitein Van Zalingen schrijft in zijn dagboek dat hij ‘een korte en hevige worsteling voorzag en dan de totale ondergang'.

Bron: Dorpen op drift, Leusden in de Grebbelinie 1939-1945

Lees meer

Vlak voordat je Leusden binnenrijdt steek je voor het Valleikanaal rechtsaf de weg over. Het fietspad volgt het Valleikanaal en je rijdt langs de noordelijkste woonwijken van Leusden. Het Valleikanaal is een soort ‘barrière’ om het bouwen van woningen ‘over het kanaal’ tegen te houden. Je neemt het tweede bruggetje links en fietst een klein stukje door de woonwijk richting de parkeerplaats bij Hotel Leusden.  

In 1939 en 1940 is langs het Valleikanaal, daar waar deze verder van de oude dijk af ligt (naast woonwijk 't Vliet en bedrijventerrein De Horst) nog een tweede dijk aangelegd. Hier lag dus een dubbele dijk. De nieuwe dijk lag evenwijdig aan en op ruim tweehonderd meter van de oude dijk. Het zand voor de aanleg was afkomstig van het uitgegraven kanaal, gegraven tankgrachten in de omgeving en bovendien uit een zandgat bij Woudenberg. De kazematten staken er een stukje bovenuit maar werden met zand en graszoden gecamoufleerd. Deze nieuwe dijk is in de jaren zestig afgegraven. Het zand is gebruikt voor de aanleg van rijksweg A28. Een aantal jaren later zijn ook de kazematten gesloopt.

Bron: Dorpen op drift, Leusden in de Grebbelinie 1939-1945

Lees meer

Boek Dorpen op drift

Meer informatie over de verkooppunten van Het boek Dorpen op drift, Leusden in de Grebbelinie kun je vinden op de website van José Huurdeman.

Route downloaden in GPX formaat

Klik op de button onder de tekst om de route in GPX formaat te downloaden. Wil je weten wat je met een GPX bestand kan doen lees dan de pagina GPX route laden op een GPS of smartphone.

Voor een aantal routes is de mogelijkheid voor het downloaden van een beschrijving in PDF tijdelijk uitgeschakeld. Staat er geen ‘Download PDF’ button maar wil je deze toch ontvangen, stuur dan een bericht via het contactformulier.

Waar kom je langs

De 60 kilometer lange Grebbelinie liep dwars door Leusden. Bij de aanleg van de Grebbeliniedijk in de achttiende eeuw werden komkeringen aangelegd om het water van de inundaties tegen te houden. Er waren in 1940 in totaal elf kommen, elk met een keerkade.
Lees meer over De Schammer: de Zesde Kom
Brug over het Valleikanaal die een grote rol speelde in de Tweede Wereldoorlog.
Lees meer over Horstbrug
Lees meer over Johanneshoeve
Lees meer over Driesprong, verzamelpunt evacuees
Voorposten Stoutenburg komt voort uit de dappere weerstand die in mei 1940 is geboden tegen oprukkende Duitse troepen. Daarmee droegen de militairen van het 16e Regiment bij aan de verdediging van Amersfoort.
Lees meer over Voorposten Stoutenburg
Lees meer over Achterveld
Lees meer over De Glind, vee-evacuatie
Lees meer over Groot Zandbrink, vee-evacuatie
Lees meer over Inundatiegebied Asschat
Lees meer over Voorposten Asschat
Lees meer over Nieuwe dijk

Horeca langs de route

Pluktuin en theehuis op een mooie locatie in het buitengebied van Stoutenburg. De naam 'In de vrolijke mortier' komt voort uit de Tweede Wereldoorlog.
Lees meer over Pluktuin Stoutenburg
Al sinds 1859 de locatie waar vele gasten hun plek hebben gevonden. Hotel, café, restaurant en partycentrum De Roskam : alles onder één dak!
Lees meer over De Roskam
Restaurant in Achterveld. Naast lekker eten ook een traditionele kegelbaan en bruin cafe met biljart.
Lees meer over Restaurant Nog ééntje
Eten bestellen bij De Berken in Achterveld voor het afhalen van broodjes en snackbar in Achterveld
Lees meer over Cafetaria de Berken
Hotelgasten zijn van harte welkom! Je kunt nog steeds bij ons overnachten, ontbijten en dineren in het restaurant als hotelgast. Binnenkort opent er een casino in het hotel.
Lees meer over Hotel van der Valk

Meer informatie over deze activiteit

Startpunt :
Parkeerplaats van der Valk Hotel
Lengte van de route:
22
km

Groeten uit Leusden

Persoonlijke verhalen uit Leusden, wandelingen en goede adresjes voor to-go. Racefietsen en skeeleren, genieten en bekijken. Leusden, Achterveld en Stoutenburg liggen centraal in het land. 

Aanvullingen aan de website

Heb je nieuwe informatie of wil je iets melden? Laat het weten door het formulier op de contactpagina in te vullen.

Nieuwsbrief