De Glind, vee-evacuatie

Co van Soesbergen (1923) was in de winter van 1939 al ingedeeld als koedrijver. Met hem waren nog vier of vijf andere jongens die deze taak hadden gekregen. Co was met zijn zestien jaren de jongste. Hij woonde op boerderij Bitterschoten aan de Helweg. In de winter hielden de koedrijvers bijeenkomsten om de zaak door […]

Co van Soesbergen (1923) was in de winter van 1939 al ingedeeld als koedrijver. Met hem waren nog vier of vijf andere jongens die deze taak hadden gekregen. Co was met zijn zestien jaren de jongste. Hij woonde op boerderij Bitterschoten aan de Helweg. In de winter hielden de koedrijvers bijeenkomsten om de zaak door te spreken en de evacuatie van het melkvee van De Glind goed voor te bereiden. Zo zijn ze in februari alle betreffende boeren langsgegaan om de veestapels te merken: de koeien kregen allemaal een klodder verf op hun flank. Elke boerderij kreeg een eigen kleur, met de bedoeling dat de boeren later hun eigen vee weer terug zouden krijgen. Op de ochtend van 10 mei 1940 werd Co wakker en hoorde het gegons van vliegtuigen. ‘Oorlog, oorlog', riep zijn vader. Co en zijn vader zijn evengoed de koeien gaan melken die in een weiland iets verderop aan de overkant van de Helweg liepen. Meteen na het melken kreeg Co bericht van de bureauhouder van de fokvereniging, Wim Hoogendam, hoofdleider voor de veeafvoer van De Glind, dat hij zich klaar moest maken om de koeien weg te brengen. Om 10.00 uur liepen de koeien op de onverharde Postweg richting Barneveld. Alleen de melkkoeien gingen mee, de rest van het vee bleef achter op de boerderijen en moest het daar maar zien te redden want ook hier moesten alle bewoners weg. Enkele koedrijvers fietsten vooruit om de boeren te waarschuwen hun uitrit – met mankracht – af te sluiten en hun koeien aan te leveren: een aanzwellende en steeds groter wordende kudde. Tegen alle mensen die ze onderweg tegenkwamen werd geroepen te helpen de koeien waar nodig tegen te houden, en ze de goede kant op te leiden. De koedrijvers waren te herkennen aan de witte band die ze om hun linkerbovenarm droegen. De koeien renden in het begin wel eens, maar hielden dat nooit zo lang vol, en dan liep de hele kudde weer in een rustig tempo voort. Soms gebeurde het dat een koe zich bedacht, omkeerde en hard terugrende, meteen ging dan een stel koeien mee. Dat hielden ze langer vol. Het was dan nog het moeilijkst om ze weer in de goede richting te krijgen. Bij deze escapades zijn ook heel wat voortuinen vertrapt.

Tegen vijf uur in de middag bereikten zij de voorlopige eindbestemming. Een weiland achter het Schaffelaarse Bos van ongeveer vier hectare waar alle koeien in werden gejaagd: dit veld heeft nu de naam Koeweide. Daar werden de koeien ook gemolken; de koedrijvers lieten de melk maar in het land lopen. Niet dat de koeien veel melk gaven; ze waren helemaal over hun toeren en hadden de hele dag gelopen en geen eten gehad. In de wei waar ze nu liepen was ook niet veel te eten, het was al kaalgevreten toen ze er aankwamen en met honderden koeien op zo'n stukje gras valt er weinig te grazen. Water was er wel, het land was omzoomd met grachten, zodat ze in elk geval wel konden drinken. De bewoners van Barneveld waren geëvacueerd naar Ermelo. Ook de koeien uit deze streek waren geëvacueerd. Naar Kootwijkerbroek. Maar dat wisten deze jongens niet. Dit hele gebied lag binnen bereik van het artillerievuur van het Nederlandse leger. En het is dan ook wel vreemd dat deze weilanden – zij het voorlopig – als vluchtoord voor het melkvee van De Glind waren aangewezen. Na het melken gingen Co en de jongens de kroeg in: café Versendaal. De eerste nacht brachten ze grotendeels door in het café en ze sliepen daarna in de omtrek, zomaar ergens buiten.

Meer informatie over deze activiteit​

Startpunt: 
Meer informatie
www.ceescoenen.nl
linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram