Voorposten Asschat

Voorposten Asschat verdedigde de andere toegangsweg vanuit het oosten: de Asschatterweg. De stellingen van Voorposten Asschat bevonden zich in de Asschatterkeerkade en in het voorwerk de Schans. In tegenstelling tot die van Stoutenburg waren deze voorposten wat beter geoutilleerd. In Asschat waren betonnen kazematten, een gietstalen koepelkazemat, lignissen, een hulpverbandplaats, verbindingsloopgraven, schuilnissen, groepsschuilplaatsen, hulpposten, latrines, […]

Voorposten Asschat verdedigde de andere toegangsweg vanuit het oosten: de Asschatterweg. De stellingen van Voorposten Asschat bevonden zich in de Asschatterkeerkade en in het voorwerk de Schans. In tegenstelling tot die van Stoutenburg waren deze voorposten wat beter geoutilleerd. In Asschat waren betonnen kazematten, een gietstalen koepelkazemat, lignissen, een hulpverbandplaats, verbindingsloopgraven, schuilnissen, groepsschuilplaatsen, hulpposten, latrines, een gasschuilplaats, nissen waarin levensmiddelen werden bewaard, munitiedepots, een commandopost, een betonnen tankversperring, een uitkijkpost en een telefoonverbinding met de commandoposten, gelijk aan Voorposten Stoutenburg.

Op 10 mei 1940 werden er ook loopgraafkacheltjes, kleine potkacheltjes om op te koken, geplaatst. In de dijk, ook in de schansen, bevond zich een aantal betonnen kazematten, en ongeveer in het midden van de twee kilometer lange dijk lag de grootste kazemat: een ‘Zevenklapper' (genoemd naar de zeven schietgaten). De stellingen waren half april 1940 gereed. Net voorbij de Schans werd de Asschatterweg op 10 mei 1940 geblokkeerd met de zogenaamde asperges: ijzeren palen die schuin, met de punten richting het oosten, in vooraf gestorte betonnen gaten pasten. Eenmaal geplaatst konden deze niet meer verwijderd worden.

13 mei 1940

In de ochtend van 13 mei 1940 heeft vooral de betonnen kazemat in de noordelijke Schans sterk onder vijandelijk vuur gelegen. Een patrouille van drie man had Duitse soldaten gezien en er lagen ook ongeveer dertig fietsen onbeheerd waarvan ze de banden hebben laten leeglopen. De munitieaanvoer gaf problemen vanwege vijandelijke beschietingen, maar door bootjes over het Valleikanaal aan touwen naar de overkant te trekken is de lading uiteindelijk toch aangekomen bij Voorposten Asschat en is de munitie daarna onder gevaarlijke omstandigheden door enkele soldaten verder versleept.

Om de Zandbrinkermolen, die als uitkijkpost fungeerde, uit de weg te ruimen bleek het granaatvuur afkomstig van de artillerie niet afdoende. Al vroeg in de ochtend was er gevuurd op de molen, zonder het gewenste resultaat. In de loop van de ochtend werd kapitein Van Zalingen van Voorposten Asschat meegedeeld dat om 11.00 uur granaatvuur op de molen afgevuurd zou worden (in twee series) met de bedoeling de vijand te verdrijven. Meteen daarna zijn vijf man vanuit de voorposten naar de molen geslopen en twee van hen, H. van Elst en F.J. Duursma, zijn door een loopdeur, een kleine deur in de grote deur, naar binnen gegaan. Over de op de grond liggende stapel lege juten meelzakken werd petroleum gegoten en vervolgens werd deze in brand gestoken. Zij verlieten de molen zo snel ze konden en lieten de loopdeur open zodat het vuur goed zou trekken. Deze actie had succes: op 13 mei om 12.00 uur brandde de molen. Met hun trofeeën, uitrustingsstukken van de vijand, keerden zij terug.

Ook boerderij Midden Hagenouw van Dorus van Eijden brandde op datzelfde tijdstip. De vijand zou zich anders gemakkelijk kunnen verschansen bij de nog overeind staande boerderij. Als het land onder water had gestaan zou dit de toegang naar de boerderijen, aan de noord- maar vooral aan de zuidkant van de keerkade, voor de vijand ernstig hebben bemoeilijkt. Nu het land ‘droog' stond was het te gevaarlijk om deze boerderijen te laten staan. Het leven van tweehonderd man in de geïsoleerde Voorposten Asschat stond op het spel. Dit was de reden dat die middag ook de laatste boerderijen in brand zijn gestoken: Klein Wijnbergen van Van 't Klooster, Klein Brinkenstein van Overvest en Groot Steenbeek van Lagerweij. Ook Groot Hagenouw van Herder moest het ontgelden.
De dieren die nog in en om de boerderijen verbleven, zoals kalveren, jongvee en varkens, waren al een paar dagen niet verzorgd en schreeuwden van de honger. Zij werden uit hun stallen verjaagd maar keerden weer terug waardoor de meeste dieren in de vlammen zijn omgekomen.
Op 10 mei waren al veel andere boerderijen en woningen in brand gestoken zoals Nieuw Hagenouw en Klein Hagenouw, Groot Wijnbergen, Groot Brinkenstein, Laapeers, De Punt, Het Belhuis en alle woningen aan wat nu de Kanaalweg is.
De voorposten hadden een duidelijke opdracht: standhouden of vechten tot de laatste man. Standhouden of sneuvelen dus. Want in feite waren de manschappen ten dode opgeschreven wanneer het tot een groot gevecht zou komen. Ze bereidden zich voor op een felle tegenstand voor de daarop volgende dagen. Een schriftelijk bericht afkomstig van de commandopost op Huize Heiligenberg dat de voorposten moesten ‘standhouden wat er ook gebeurt' was zelfs op 13 mei 's middags nog bij de voorposten aangekomen. Kapitein Van Zalingen schrijft in zijn dagboek dat hij ‘een korte en hevige worsteling voorzag en dan de totale ondergang'.

Meer informatie over deze activiteit​

Startpunt: 
Meer informatie
www.ceescoenen.nl
linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram